Van rennen naar het EK:
Anna Roelofs geniet van haar doorbraak.

Wat begon met rennen naar school, bracht Anna Roelofs (20) dit jaar naar het EK atletiek in Birmingham én de Diamond League in Lausanne. De sprintster beleeft een bijzonder seizoen, maar haar weg naar de top ging bepaald niet vanzelf.

Anna was acht jaar toen iemand haar tijdens het rennen naar school vroeg of ze op atletiek zat. “Ik wist helemaal niet wat atletiek was. Toen ik thuiskwam, vroeg ik mijn ouders wat het was. Zij boekten een proeftraining.” Ze was meteen enthousiast. Vooral de veelzijdigheid vond ze leuk: verspringen, balwerpen, rennen. “Iedere training was anders.” Dat Anna talent had, bleek al snel. Bij haar eerste wedstrijden won ze regelmatig. Zelf was ze daar nauwelijks mee bezig. “Het waren vooral mijn trainers die zeiden dat ik er echt talent voor had.” Aan topsport dacht ze toen nog helemaal niet.

Nooit opgegeven
Op haar vijftiende stapte Anna over naar een grotere vereniging om meer te leren. Daarna kreeg ze te maken met langdurige blessures. Ze werd drie keer aan dezelfde knie geopereerd. Toch bleef ze geloven in zichzelf. “Waar veel mensen zeiden dat ik allang afgeschreven was, voelde ik dat er nog iets in zat. Ik heb geleerd altijd naar je gevoel te luisteren. Geef niet op als je er zelf in gelooft!” Sinds februari traint ze fulltime bij haar huidige coach Guido Bonsen. Zonder verwachtingen begonnen ze aan het seizoen. “Het EK halen stond absoluut niet op mijn lijstje”. Op het NK liep ze twee persoonlijke records en werd ze vierde op de 100 meter. Voor het eerst haalde ze de finale. “Dat was voor mij al de grootste winst. Door die ontspanning ging ik in de finale nóg harder.” De beloning volgde snel: selectie voor de Nederlandse 4×100 meterploeg op het EK in Birmingham. “Dat was wel even een shock. Ik moest zelfs een beetje huilen.”

Genieten van het grote podium
Het EK maakte grote indruk. “Je leeft daar echt in een soort bubbel. Waar mensen op tv alleen je race zien, komt er zo veel meer bij kijken. Ik heb er ieder moment van genoten.” De estafetteploeg haalde helaas de finale niet nadat de eerste loopster tijdens de kwalificatie geblesseerd raakte. „Het stokje is wel over de finish gekomen door hoe we het samen hebben opgelost. Dat is iets waar we trots op mogen zijn.” Een paar weken later volgde alweer een nieuw hoogtepunt: de Diamond League in Lausanne. “Een extra cadeautje. Ik zat in het hotel naast de grootste atleten van de wereld aan de eettafel.” In het stadion, voor duizenden toeschouwers, liep Anna als startloopster.

Topsport én wiskunde
Naast haar trainingen en wedstrijden staat Anna voor de klas als docent wiskunde op het Mendelcollege in Haarlem, een topsporttalentschool. “Ik moet er niet aan denken niks naast atletiek te doen. Mijn werk is afleiding van mijn trainingen en andersom. Het geeft me allebei energie.” Ook uit het lesgeven haalt ze lessen voor haar sport. “Ik heb daardoor heel goed leren reflecteren. Ik kijk steeds wat werkt en wat niet werkt. Dat doe ik ook op de baan.”

Haar seizoen loopt bijna ten einde. Daarna wacht een korte rustperiode en een zwaar winterblok. Haar droom? “Ik hoop met de 100 meter laag in de 11 seconden te lopen, zodat ik op de 200 meter onder de 23 seconden loop.” En misschien lonkt daarna een nog groter podium. “Een tripje naar LA in de zomer van 2028 zou ik ook niet verkeerd vinden.” Aan jonge sporters geeft Anna één duidelijke boodschap mee:

“Het allerbelangrijkste is plezier hebben in wat je doet. Je kunt zo veel bereiken door er lol in te hebben. En geloof in jezelf!”

Van rennen naar het EK:
Anna Roelofs geniet van haar doorbraak.

Wat begon met rennen naar school, bracht Anna Roelofs (20) dit jaar naar het EK atletiek in Birmingham én de Diamond League in Lausanne. De sprintster beleeft een bijzonder seizoen, maar haar weg naar de top ging bepaald niet vanzelf.

Anna was acht jaar toen iemand haar tijdens het rennen naar school vroeg of ze op atletiek zat. “Ik wist helemaal niet wat atletiek was. Toen ik thuiskwam,
vroeg ik mijn ouders wat het was. Zij boekten een proeftraining.” Ze was meteen enthousiast. Vooral de veelzijdigheid vond ze leuk: verspringen, balwerpen,
rennen. “Iedere training was anders.” Dat Anna talent had, bleek al snel. Bij haar eerste wedstrijden won ze regelmatig. Zelf was ze daar nauwelijks mee bezig.
“Het waren vooral mijn trainers die zeiden dat ik er echt talent voor had.” Aan topsport dacht ze toen nog helemaal niet.

Nooit opgegeven
Op haar vijftiende stapte Anna over naar een grotere vereniging om meer te leren. Daarna kreeg ze te maken met langdurige blessures. Ze werd drie keer aan dezelfde knie geopereerd. Toch bleef ze geloven in zichzelf. “Waar veel mensen zeiden dat ik allang afgeschreven was, voelde ik dat er nog iets in zat. Ik heb geleerd altijd naar je gevoel te luisteren. Geef niet op als je er zelf in gelooft!” Sinds februari traint ze fulltime bij haar huidige coach Guido Bonsen. Zonder verwachtingen begonnen ze aan het seizoen. “Het EK halen stond absoluut niet op mijn lijstje”. Op het NK liep ze twee persoonlijke records en werd ze vierde
op de 100 meter. Voor het eerst haalde ze de finale. “Dat was voor mij al de grootste winst. Door die ontspanning ging ik in de finale nóg harder.” De beloning
volgde snel: selectie voor de Nederlandse 4×100 meterploeg op het EK in Birmingham. “Dat was wel even een shock. Ik moest zelfs een beetje huilen.”


Genieten van het grote podium

Het EK maakte grote indruk. “Je leeft daar echt in een soort bubbel. Waar mensen op tv alleen je race zien, komt er zo veel meer bij kijken. Ik heb er ieder  moment van genoten.” De estafetteploeg haalde helaas de finale niet nadat de eerste loopster tijdens de kwalificatie geblesseerd raakte. „Het stokje is wel over de
finish gekomen door hoe we het samen hebben opgelost. Dat is iets waar we trots op mogen zijn.” Een paar weken later volgde alweer een nieuw hoogtepunt: de
Diamond League in Lausanne. “Een extra cadeautje. Ik zat in het hotel naast de grootste atleten van de wereld aan de eettafel.” In het stadion, voor duizenden
toeschouwers, liep Anna als startloopster.

Topsport én wiskunde
Naast haar trainingen en wedstrijden staat Anna voor de klas als docent wiskunde op het Mendelcollege in Haarlem, een topsporttalentschool. “Ik moet er niet
aan denken niks naast atletiek te doen. Mijn werk is afleiding van mijn trainingen en andersom. Het geeft me allebei energie.” Ook uit het lesgeven haalt ze lessen voor haar sport. “Ik heb daardoor heel goed leren reflecteren. Ik kijk steeds wat werkt en wat niet werkt. Dat doe ik ook op de baan.”

Haar seizoen loopt bijna ten einde. Daarna wacht een korte rustperiode en een zwaar winterblok. Haar droom? “Ik hoop met de 100 meter laag in de 11 seconden te lopen, zodat ik op de 200 meter onder de 23 seconden loop.” En misschien lonkt daarna een nog groter podium. “Een tripje naar LA in de zomer van 2028 zou ik ook niet verkeerd vinden.” Aan jonge sporters geeft Anna één duidelijke boodschap mee:

“Het allerbelangrijkste is plezier hebben in wat je doet. Je kunt zo veel bereiken door er lol in te hebben. En geloof in jezelf!”